27 januari 2019 | Een typische Engelse zondag met zonneschijn aan het begin en het einde van de dag. De bomen, heggen, velden en huizen op beide momenten voorzien van een aangename gloed, terwijl de wind bokkesprongen maakt. Een continentaal ontbijt enigszins later op de ochtend vergeleken met het aanvangsuur tijdens de werkdagen. We nemen de nodige tijd om al het lekkers naar binnen te werken. En dan maken we ons op voor een wandeling. De keuze valt op het schiereiland dat deel uitmaakt van Rutland Water, het grootste drinkwaterreservoir in Engeland in 1970 aangelegd door het bouwen van een dam aan de samenvloeiing van twee armen van de Gwash, een kleinere rivier die het graafschap doorkruist.

Hambleton, waar we de auto parkeren, heeft een behoorlijk authentiek karakter, wat zich ook vertaalt in de kostprijs van een typisch Engels stulpje, een zogenaamd ‘thatched house’, een (ijzerzand)stenen huis met een dik rieten dak en een fleurige voortuin. We zijn niet de enige mensen die langs de waterkant van het meer wandelen. Bij haast elke ontmoeting met andere wandelaars worden ochtendgroeten uitgewisseld. Het gaat er gemoedelijk aan toe. De forse wind zorgt voor een felle blos op het aangezicht. Op het water is het dolle pret voor de zeilers die een eind verder de ‘gusty winds’ trotseren.

Weer thuis gaan de wandelkleren uit en maken we ons op voor een ‘afternoon tea’ in de stad. Ons oog was een hele poos geleden al gevallen op een typisch eclectisch theehuis, waar de ‘high tea’ (dit is een continentale vertaling) wordt geserveerd. We drinken ‘Irish tea with milk’ – voor de alcoholliefhebbers is er prosecco of champagne – met een drie verdieping tellende schaal: onderaan de sandwiches, in het midden scones met ‘clotted cream’ en jam, en bovenaan een aantal zoete desserts met de nodige chocolade en room. Heerlijk was dat… In goed gezelschap spendeer je er al snel twee uur. Met een aangenaam gevoel komen we weer thuis en wordt eerst het haardvuur aangestoken. De rest van de avond ligt nog voor ons… en zeg nu nog maar eens dat de Britten geen levensgenieters zijn.