16 februari 2019 | Een paar minuten voor het plegen van dit stukje ga ik met mijn wijsvinger nog even door de berichten op Facebook. Plots weigert mijn vinger dienst en staat de wereld stil. Het levenloze lichaam van een vriend, die ik nog ken uit de periode dat ik in Brussel woonde en op journalistieke benen liep, is gevonden door vissers. Op het overlijdensbericht staat te lezen: “Na een lange tijd van onzekerheid, zoeken en hopen is Jaak op 12 februari in de haven van Zeebrugge gevonden.” Sinds 11 januari was hij vermist. Ik slik – vloek inwendig (dat mag wel) – en denk meteen aan de fijne momenten die we samen beleefden, op het kantoor van de KP aan de Stalingradlaan in de hoofdstad waar de Europese Unie toen nog niet zo prominent aanwezig was, op het kantoor van Graffiti vzw, in zijn voormalige huis op een boogscheut van het Provinciaal Archief in Brugge.

Telkens hadden we ferme discussies en gedachtenspinsels over de zaken waar we ons over ontfermden. Jaak was een man van de wereld. Jaak droomde graag. Jaak was een mens van ferme principes, maar was zeer tolerant ten aanzien van anderen. Tot op zekere hoogte, maar links en rechts gaan nu eenmaal niet samen. Dat is zoiets als water en vuur, als de hel en de hemel. Na een namiddagje of een uurtje vertoeven met hem, nam ik steeds geïnspireerd afscheid. Ik kan me niet herinneren wanneer we elkaar voor het laatst zagen. Hij was nog ver verwijderd van zijn pepeetjesschap. Een tiental jaar geleden kwam Jaak als bij toeval terecht in een stuk van Vlaanderen, niet ver van de plek waar ik me nestelde in Zeeuws-Vlaanderen. En alhoewel ik wel eens door zijn straat reed, op weg naar waar dan ook, ben ik nooit gestopt om aan te bellen.

Het digitale gezichtenboek van ene Mark Zuckerberg bracht ons omstreeks Kerstmis 2018 even bij elkaar. Er zat toen al een Kanaal tussen ons en dan heb ik het niet over de ‘Blinker en de Stinker’ – het Leopoldkanaal en Schipdonkkanaal – maar de bredere en drukbevaren plas zeewater tussen Noord-Frankrijk en Zuid-Engeland. Ik informeerde toen bij Jaak waar de hoogst originele kerstmistrui vandaan kwam die hij van – ik denk – zijn schoonzoon cadeau had gekregen en met opgeheven vuist in poseerde. Al snel kreeg ik antwoord. Na een plechtstatige dankjewel sloot ik de berichtenconversatie af. Haast elke dag genoot ik van zijn berichten op Facebook. Weetjes over dode mensen (tot eind 2018) en kunstwerken (vanaf 1 januari) tot enkele weken geleden de berichtenstroom plots stopte. Ik stond er toen niet bij stil. Nu wel… Jaak, waar je nu ook bent. Het ga je goed. En mijn deelneming aan je dierbare familie.

PS: Morgen het stukje dat voor vandaag in mijn hoofd was geschreven. Ik licht al een stukje van de sluier op: “Bollocks to Brexit!”