23 februari 2019 | De ene omschrijft het als een revolte. De andere noemt het een storm in een glas water. Drie belangrijke ministers die deel uitmaken van de Britse regering hebben zich openlijk uitgesproken over het uitstellen van de Brexit en duidelijk aangegeven dat ze een ‘no deal’ (een scheiding zonder overeenkomst) uitsluiten. Het gebeurt zelden dat ministers hun voorkeur in publiek uitspreken hoe een dossier moet of kan aflopen. In feite hebben ze Eerste minister Theresa May in haar blootje gezet en kan het zijn dat de geplande debatten en de te stemmen moties van volgende woensdag naar voor worden geschoven.

Wie er zeker eerder bij is, is de lente, al duurde het vanmorgen tot 11 uur vooraleer de zon door de dikke mist brak en op enkele minuten tijd een grijze soep omtoverde in een haast volledig blauwe hemel. Het was rond die tijd dat we neerstreken in de bewoonde wereld voor een kopje koffie op een plaats waar we eind september vorig jaar, een dag na onze landing in Engeland, van een zomers terrasje mochten genieten. Britten hebben iets met terrasjes. Van zodra het zonnetje schijnt, zijn de stoelen buiten al snel bevolkt. Met de verdwijnende mist lieten we ons verleiden het terras voor het nieuwe seizoen in te wijden. De koffiebaruitbater had er goede hoop op en nodige ons uit om op het hoogste plekje van een stadstuin plaats te nemen – “Hier zit je dichter bij de zon”, grapte hij – en noteerde, zonder het te vragen een dubbele espresso en een latte. Tja, de macht der gewoonte. Helaas bleven we, gedurende het uur dat we er zaten, de hele tijd de enige terrasgangers al zagen we geregeld mensen langswandelen die binnen een plaatsje gingen zoeken.

Vandaag liepen ook buren en dorpsbewoners er vrolijk bij. “Wat een geschenk”, wist een van de uitbaters van de dorpswinkel te zeggen. Een buurman zei is typisch Britse stijl: “Het kan altijd erger met het weer. Het jaar dat ik trouwde, zo’n 40 jaar geleden, moesten we een dorp verder om te feesten. Het was toen een smallere weg dan die nu is. Er was een bus gekanteld, maar ze was bijna niet te zien door de opgehoopte sneeuw.” Ik fronste mijn wenkbrauwen, wenste de man nog een fijne winterdag met lentekriebels toe en schrobde verder aan de auto om het slijk van de afgelopen weken eraf te krijgen. Het was er ideaal weer voor.