28 februari 2019 | Al bijna een half jaar stap ik regelmatig voorbij een houten bankje aan de kant van een wandelpad dat ik ’s morgens vaak loop. Ik was er in het najaar van vorig jaar en tijdens de wintermaanden wel eens op gaan zitten om rustig van het uitzicht te genieten. Sinds een paar weken promoveerde ik de plek als vaste stek om even te pauzeren en mijn notaboekje boven te halen. Het is een eenvoudig bankje: een plank ondersteund door twee brede poten beiden versterkt met een tussenplankje. Veel eenvoudiger kan het niet. Het bakje staat er al jaren. Hoeveel, dat is moeilijk te zeggen. Het is bevlekt met korstmossen en behoorlijk verweerd. De zitplank is gegraveerd met een voornaam, die begint met de letters T, h, o en m… Thomas dus. Boven de letters leuken twee krullen het geheel op.

Links heb ik zicht op een heg, die hoofdzakelijk bestaat uit meidoorn met enkele struiken sleedoorn en hier en daar een hondsroosstruik. Op de akker voor me, die vanuit de hoek zowel in de verte als rechts naar beneden loopt, groeit een groene grondverbeteraar. Verderop ligt een patchwork aan weiden en akkers, de ene al groter dan de andere meestal omgeven door de typische heggen, die in het lichtglooiende landschap liggen. De zon komt links op. En achter de heg links ligt het dorp waar ik woon. Het bankje staat in een opening van een dubbele bomen- en struikenrij waar wandelaars en ruiters welkom zijn. De doorgang dient ook als toegang voor de boeren naar hun land. Een paar maanden geleden zat ik al eens op het bankje en toen wandelde een man met zijn hond langs de heg naar beneden. De man had pas in de gaten dat er iemand op het bankje zat toen de hond me had gezien en bleef staan om naar me te kijken. Toen zijn baasje dat doorhad, zag hij me zitten en hij schrok.

De keren dat ik er zat was dat de enige ontmoeting, maar ik verwacht dat binnen enkele weken het ochtendlijke wandelverkeer op deze plek wel zal toenemen. Het is er rustig zitten en je kan er de omgevingsgeluiden in alle rust tot je laten komen. Enerzijds zijn er de geluiden van de natuur: de wind, de regen, de vogels, het geritsel in het struikgewas, het blèren van de schapen. Anderzijds zijn er de geluiden van de mens: een auto in de verte, een paar geweerschoten, een tractor en mijn eigen adem. De rust staat diametraal ten opzichte van de drukte op de zitbanken van het Britse Lagerhuis. Logisch natuurlijk. Ik had verwacht dat het na het gewoel van gisteren in Westminster, het vandaag de stilte na de storm zou zijn. Maar er is toch wat te melden. De ‘junior’ minister van landbouw George Eustice heeft ontslag genomen omdat hij een mogelijk uitstel van de scheiding (geregeld in het zogenaamde ‘Article 50’) een laatste vernedering vindt voor zijn land. Door ontslag te nemen kan hij zijn eigen standpunt weer verdedigen. Misschien kan hij morgen bij op het bankje komen zitten om het landschap van het Engelse landbouwplatteland te bekijken. Dan mag hij van mij praten over alles, behalve… #brexit.