6 maart 2019 | De Mini – de auto – van vroeger is sinds 2000 niet meer die van nu. Dat leerde ik toen ik vanmorgen in de krant het onheilspellende nieuws las dat de productie van de Mini uit Groot-Brittannië verdwijnt als de Brexit op 29 maart – nog 23 dagen – niet zo goed verloopt. Ik vroeg me af waarom een Brits icoon mogelijk verdwijnt uit het land waar het geboren werd. Maar er is helemaal niets Brits meer aan de wat ooit de meest Britse wagen was. Een lang verhaal in een notendop…

De Mini, een icoon van de populaire Britse cultuur uit de jaren 1960, zag het levenslicht in 1959 in de schoot van de British Motor Corporation (BMC). De auto werd op heel wat plaatsen in Europa geproduceerd, maar ook op Britse bodem, onder meer in het Engelse Cowley gemaakt waar sinds 1913 al een autofabriek is. De Mini Cooper, een meer sportieve versie won de rally van Monte Carlo in 1964, 1965 en 1967. Als ik me niet vergis heft één van mijn tantes of ooms in een Mini Cooper rondgesjeesd. Van bij de introductie van de wagen in augustus 1959 was de Mini een product van twee automerken, namelijk Austin (met de Mini als de Austin Seven) en Morris (als de Morris Mini-Minor). In 1962 kreeg de Austin Seven de naam Austin Mini. In 1969 werd de Mini een afzonderlijk automerk, om in 1988 weer onder de vleugels van de Austin komen. De Austin op zijn beurt was toen al een merk onder de vleugels van Rover. De Duitse autobouwer BMW nam in 1994 de Rover Group (voordien British Leyland, de opvolger van BMC) over, verkocht de meeste automerken weer door, maar behield de rechten op de naam Mini. In feite was de Mini dood. De auto bereikte in 1999, na de Ford Model T, de tweede plaats van de meest beeldbepalende auto van de 20ste eeuw, en dat voor de Citroën DS en de Volkswagen Kever. Maar nieuwe Mini’s werden er niet meer gemaakt.

Tot aan het eind van 2000 BMW met een nieuwe Mini op de proppen kwam waar in feite niets Brits meer aan is, buiten de naam dan. Die nieuwe Mini is intussen al aan de derde generatie toe, met de lancering van een tweede model in 2006 en een derde in 2014. De autofabriek in het Engelse Cowley is sinds 2000 wel het productiecentrum voor de “Duitse” Mini’s. Ze worden vanaf 2014 ook bij VDL Nedcar in het Nederlandse Born geassembleerd. Maar – en dan zijn we opnieuw bij het verhaal van de dag – bij een Brexit zonder scheidingsovereenkomst tussen de Britten en de 27 andere landen van de Europese Unie is het over en uit met de Duitse Mini in het Engelse Cowley, waar sinds 1913 een autofabriek is (het begon er allemaal met de Bullnose Morris) en waar het afgelopen jaar nog 243.501 Mini’s van de band liepen. De jobs van 4.500 mensen zijn in gevaar. Mogelijk opnieuw een harde klap voor de Britse auto-industrie, na de plannen voor het sluiten van de Honda-fabriek in Swindon in 2022 (3.500 banen) en het terugtrekken van Nissan uit Sunderland (meer dan 400 jobs).

Please follow and like:
error