10 maart 2019 | Vanmorgen was het opnieuw winter. Vanaf even na zonsopkomst (achter de grijze wolken) lag er op een uurtje tijd een wit dun dekentje op het gras van het cricketveld grenzend aan de tuin. Het was meer dan de voorspelde ‘sleet’ of natte sneeuw. Een winterprik, zeg maar. Na het ontbijt pakte ik me in, hees me in mijn wandelschoenen en ging de deur uit, de winter tegemoet. Water stroomde aan de zijkanten van de straat (er is in de dorpen nauwelijks riolering te vinden die het regenwater afvoert dat op de wegen terecht komt), het voetpad was nog wat papperig (vanuit het huis ligt die aan een kant van de straat tot in Main Street) en vanop Church Lane (de smalle weg leidt slechts naar een huis aan de rand van het dorp) klinkt in de kerk die verscholen ligt tussen een aantal grote bomen het gezang van een kleine schare gelovigen. Aan het eind van de straat beginnen de velden.

Koning Winter beperkte zich daar tot een stevige koude westenwind, groene velden van wintertarwe met hier en daar een plukje wind en in de verte hier en daar donkergrijze wolkenvlekken. Samengevat: de voorbode voor meer. Tijdens de wandeling was het best te harden. Het was overal natter dan ooit al gezien. Wandelaars die ik tegenkwam waarschuwde me dat een paadje langs een bos, dat ik bijna elke loop, een nachtmerrie was. Dat bleek niet echt overdreven. Op de kleiige hellende akkers liep het water tussen het opkomende groen naar beneden. De sloten konden het water nauwelijks aan. En het had nauwelijks geregend. Met verkleumde handen kwam ik weer thuis. Eenmaal ontdooid raadpleegde ik het Brexit-nieuws. De stellingen in de loopgravenoorlog naar de belangrijke stemming in het Britse parlement aanstaande dinsdag zijn geen millimeter verschoven.

De rest van de dag kondigde zich aan als ‘all quiet on the Western frontier’. De Liefde rende letterlijk de deur uit voor een zondagse inspanning langs velden en wegen. Het was rustig buiten tot twintig minuten later ik vanuit mijn boek even naar buiten keek en merkte dat hagel tegen de ruiten tikte en de boom aan de andere kant van de weg naar alle kanten zwiepte. Ik trok mijn schoenen aan, grabbelde de autosleutels uit het mandje en liep door het winterse weer naar de auto. Ik ging op zoek naar een uitgeregelde loper in geel fluorescerend jasje. Maar tegen ik de Liefde bereikte, had een stralende zon en blauwe postkaartenlucht, de winter verdreven. De Liefde liep in een zonnige maar koude lucht zijn parcours uit en was drie kwartier nadat ik de wagen thuis geparkeerd had ook weer binnen. Op de radio – soms staat VRT Radio nog aan (lang leve internet) – hoorde ik dat het treinverkeer in Oost- en West-Vlaanderen volledig stil was gelegd. Ik zuchtte even…