11 maart 2019 | Toen ik vanmorgen tijdens mijn ochtendwandeling het bankje bereikte waar ik meestal even ga zitten, schrok ik. Een paar dikke takken van de dikke es – de omtrek van de stam is bijna drie meter – die er links van staat, lagen op het veld voor het bankje. Ik had er gisteren ook gezeten en toen was er nog niets gebeurd. De korte storm van gisterennamiddag had dus toegeslagen. Een tak was te zwaar om ook maar één millimeter te verschuiven. Twee andere takken waren te tillen zodat ik ze enigszins kon verplaatsen. Zo kon ik weer op het bankje zitten. Toegegeven, de es was al in een behoorlijk slechte staat. De oorzaak is duidelijk. Het is de Chalara fraxinea, een schimmel die ongeveer 30 jaar geleden vanuit Oost-Azië terecht kwam in Europa en in de jaren 1990 massale essensterfte had veroorzaakt in Polen en Litouwen. Het duurde tot 2006 tot de schimmel werd beschreven en tegen 2012 had de schimmelziekte zich al verspreid naar Nederland, Roemenië, Rusland, Groot-Brittannië, Ierland, België, Frankrijk, Hongarije, Italië en Luxemburg. De schimmel leeft parasitair in bladweefsels, twijgen, takken en stam van de boom. Delen van de boom sterven af. En vaak doet de wind de rest.

Van de 128 miljoen essen die op het Britse eiland staan, is 90 procent aangetast. In sommige streken maken essen het overgrote deel uit van de bebossing. De bomen staan vooral langs wegen en paden omdat ze daar een ideale boomsoort voor zijn. Op plaatsen waar vaak mensen komen worden essen gekapt, zelfs preventief. Op plaatsen waar weinig of geen mensen komen, staan de halfdode of zo goed als dode essen te verkommeren. En wonderwel zie ik tijdens mijn wandelingen nog zeer vitale essen. De bomen zijn ook in de winter goed te herkennen omdat ze zwarte driehoekige knoppen hebben en vaak tot in het voorjaar, wanneer de nieuwe bladeren beginnen te botten, nog de zaden dragen van het jaar voordien.

Ondanks het verschrikkelijke beeld van de dode takken dat ik zie vanop mijn bankje is de haastige wereld zeer ver weg. Eenmaal thuis was het een haastige dag waar niet de storm als een wervelwind weer over het land trok, maar wel de Brexit-perikelen. Tot laat op de avond waren de leden van het Britse Lagerhuis verzameld in Westminster omdat er nog voor hun werkdag er op zou zitten (officieel is dat ’s avonds om 22 uur) er een verklaring van de regering zou komen over welke aangepaste scheidingsplannen voor de Brexit er morgen op tafel komen te liggen waarover zal worden getemd. Volgens de eerste signalen zal Eerste minister May morgen met voldoende garanties komen om ervoor te zorgen dat er in de toekomst geen permanente douane-grens zal komen tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland als deel van het Verenigd Koninkrijk én ook geen dergelijke grens in de Ierse Zee waardoor Noord-Ierland ook op vlak van douanerechten onderdeel blijft van het Verenigd Koninkrijk. Want dit is het Britse rekensommetje: Engeland (en Wales) + Schotland is Groot-Brittannië. En het Verenigd Koninkrijk = Groot-Brittannië + Noord-Ierland + nog enkele andere Britse gebieden. Tja, de Britse politieke situatie is even ingewikkeld als het Belgische politieke verhaal.