13 maart 2019 | Vandaag was het Engeland op zijn best. En dat om twee redenen. Eerste reden: het weer. Sinds een verblijf van bijna zes maanden geven de laatste dagen eindelijk het echte Engelandgevoel, of moet ik zeggen, het gevoel dat ik altijd al had van Engeland en met uitbreiding, Scotland en Wales, drie naties die samen het Britse eiland vormen. Een groen land waar het hard waait, het ene moment de zon schijnt en het andere ogenblik vanuit het westen in snelle vaart een regenbui komt aanzetten. Gisteren meldde ik al dat regendruppels me niet meer uit mijn lood slaan. Vanmorgen had ik een wat ik een Turner-ervaring zou noemen. De Britse kunstenaar J.M. William Turner die in de eerste helft van de 19de eeuw furore maakte met zijn romantische schilderkunst va landschappen en marines, liet zich op een van de overtocht van het Engeland naar Frankrijk aan de mast van het schip vastbinden ton er een hevige storm opstak. De kapitein verklaarde de man gek, maar Turner kreeg zijn zin. De reden waarom was eenvoudig gaf Turner aan. Ik wil eerst met mijn eigen ogen zien en met mijn hele lichaam voelen wat een storm op zee is om die dan op doek te zetten.

Vanmorgen stond ik in open terrein, waar de frisgroene blaadjes de opgeschoten wintertarwe alle kanten op zwiepten en regen tegen mijn regenjas en – om niet opnieuw doorweekt thuis te komen – regenbroek kletterden. Alles flapperde. De enige beschutting was een dunne houten elektriciteitspaal zodat ik met enige voorzichtigheid mijn fototoestel kon beschermen tegen de regen. Voor me en rechts van me was de lucht haast blauw. Links van me en achter me deden de wolken hun best hun meest diepgrijze tinten te tonen. In mijn gezichtsveld stond een regenboog. Een kwartier later wandelde ik de dorpswinkel binnen. Niemand kijkt daar raar op in welke vestimentaire uitvoering je er de krant wil kopen. “Heb je ervan genoten?” vroeg de vrouw die het wisselgeld in ontvangst nam voor de krant. “Ja, heerlijk”, zei ik. Gisteren wist de vrijwilliger die meestal op dinsdag de dorpswinkel open houdt te zeggen dat Britten één ding gemeen hebben, namelijk hun interesse voor het weer.

De tweede reden: de politiek. En meer bepaald hoe het er in het parlement aan toegaat in een land met een constitutionele democratie en sinds 1688-1689, de oudste parlementaire democratie. Vandaag werd er gestemd voor het al dan niet uitsluiten van een ‘no deal’-Brexit, een scheiding zonder overeenkomst, wat de Britse noch Europese economie ten goede zou komen. Het parlement stemde in met een amendement van een aantal parlementsleden én een motie van de regering om die ‘no deal’ uit te sluiten. Maar toch verklaarde Eerst minister Theresa May namens de regering dat de keuze blijft tussen een overeenkomst én geen overeenkomst. Dat maakte heel veel parlementsleden boos en de voorzitter van het Britse Lagerhuis, de flamboyante John Bercow – de man die vaak ‘Order, Order, Order!’ roept – moest alle zeilen bijzetten om een opstand te voorkomen. Het politieke spel kon opnieuw beginnen. Democratie? Jawel… een ingewikkeld proces. Morgen stemmen de parlementsleden van ‘the House of Commons’ voor het al dan niet uitstellen van de scheidingsdatum, normaal gezien 29 maart, dus in 16 dagen. En toen de voorzitter met de snelheid van een Formule 1-wagen declameerde, werden parlementsleden opnieuw boos. Een aantal van hen ziet in de motie van de regering die morgen op tafel zal liggen een poging om het parlement voor de derde keer een uitspraak te laten doen over de al twee keer met een grote meerderheid verworpen meerderheid scheidingsovereenkomst. Een van de parlementsleden berekende dat het vandaag precies 993 dagen is geleden dat de Britse bevolking met een kleine meerderheid besloten uit de Europese Unie te stappen.

Morgen opnieuw Engels weer en Engels politiek gekibbel.