17 maart 2019 | De Engelse regendagen lijken even voorbij. Vandaag nam de zon opnieuw de macht in handen, ook in het westen van het Britse eiland, waar het meer regent dan in het oosten, aan de zijde van de Noordzee dus. We vertoefden vandaag in het westen, in West Bretton, Wakefield (West Yorkshire), in het Yorkshire Sculpture Park een kruising tussen het Middelheimmuseum in Antwerpen (België) en Museum Insel Hombroich in Holzheim bij Neuss (Duitsland). In de drie plaatsen vormen beeldende kunst in een park de rode draad. Het Yorkshire Sculpture Park is met 200 hectare een ietwat uit de kluiten gewassen kunstmekka, met een spectaculair zicht op de vallei van de Dearne, een bescheiden rivier die in het park een aangelegde cascade van watervallen voedt. In één van de twee meren in het park, die – heel origineel – de namen Upper Lake en Lower Lake dragen ligt een eiland met een reigerkolonie met een 25-tal nesten. Het was er een af- en aanvliegen van blauwe reigers met takjes in hun snavel.

Bij aankomst ploften we eerst neer in het café dat deel uitmaakt van het educatief centrum. Allemaal heel rudimentair, net iets te wegwerpachtig. Daarna namen we een kijkje in de Underground Galerie en in de onmiddellijke buitenomgeving. We stonden er met verwondering te kijken naar de levensechte bomensculpturen van Guiseppe Penone. Marmer, brons en uiteraard hout zijn de basismaterialen voor zijn monumentale werken. De man heeft het accentueren van de jaarringen van bomen tot deel van zijn levenswerk gemaakt. De getoonde kunstwerken omvatten een periode van 50 jaar kunstenaarschap. We moesten meteen denken aan een vriendin die onlangs bij ons op bezoek was en met veel liefde de grote en vooral de kenmerkende bomen knuffelde en in haar artistieke werk ook heel dicht bij de natuur staat. In het restaurant aan de andere kant van het park verorberden we tussen een klein massa kwebbelende mensen en behoorlijk druk joelende kinderen een soepje met een sandwich. Zelfs op een ietwat winterig aanvoelende maar toch zonnige schrale lentezondag zat het er overvol. De beloning was een heerlijke wandeling door het park.

Dat park maakte vroeger deel uit van Bretton Hall, een landgoed uit de 18de eeuw, tot ongeveer 70 jaar geleden nog in bezit van de familie. Toen kwam er een instituut voor hoger onderwijs. In het park staan uiteraard kunstwerken en ook zogenaamde ‘follies’ uit de 18de eeuw, bouwwerken met een nutteloos of bizar opzet. ‘Folly’ is Engels voor dwaasheid. Als dat geen bruggetjes is – of is het te ver gezocht? – naar de hedendaagse Britse politiek. Wat er ook van zij, de nieuwe week maakt mogelijk het uiteindelijke Brexit-scenario duidelijk: ofwel krijgt Eerste minister Theresa May haar scheidingsplan, dat ze voor de derde maal zal voorleggen een meerderheid in het Lagerhuis, dan komt er een Brexit met een kort ‘technisch’ uitstel en kan eind juni het echte onderhandelingsspel beginnen voor de toekomstige relaties; ofwel krijgt May voor de derde keer de handen niet op elkaar, dan komt er een veel langer uitstel voor de start van de uiteindelijke scheiding, tot het eind van het jaar of mogelijk zelfs voor enkele jaren; ofwel komt er een plan op tafel voor een nieuw referendum, dat er zou kunnen komen als een meerderheid van parlementsleden zich achter dat plan verenigt en dan is de kans reëel dat er geen Brexit komt en het land hopeloos verdeeld achter blijft; ofwel dient oppositiepartij Labour opnieuw een motie van wantrouwen in tegen de regering en bestaat de kans dat voorstanders van een harde Brexit (een exit zonder scheiding) uit de partij van May hun eigen Eerste minister onderuit zullen halen.