20 maart 2019 | De Britten zijn Brexit-moe. En de gebeurtenissen van vandaag hebben geen klaarheid gebracht in de zeer troebele zaken. Integendeel… Kop van jut is Eerste minister Theresa May toen ze vanmorgen aankondigde dat ze aan de Europese Unie zou vragen het begin van de Britse-EU-scheiding van 29 maart uit te stellen tot 30 juni. In de loop van de namiddag reageerde de president van de Europese Unie Donald Tusk dat een uitstel mogelijk is op voorwaarde dat May voor 29 maart het scheidingsplan door het Lagerhuis krijgt. Op de middag verklaarde May tijdens het vragenuurtje dat ze voor het uitstel gevraagd had en dat leverde veel boegeroep en handgeklap op. Enkele parlementsleden – ook uit haar eigen Conservatieve partij – riepen luidkeels dat ze moest opstappen. Vanuit de oppositie waren er smeekbedes om voor eens en voor altijd eens te luisteren naar het parlement en een hand uit te steken om een fatale crash te vermijden.

Nog steeds zijn er heel wat scenario’s. In feite zijn er – ondanks eerdere berichten – nog geen scenario’s in de vuilnisbak gedumpt: een scheiding zonder een overeenkomst volgende week vrijdag om 23 uur Britse tijd, een overeengekomen scheiding mits goedkeuring ervan begin volgende week met een kort uitstel van drie maanden om een hele reeks technische zaken te regelen, een langer uitstel van de scheiding voor een periode tot 2 jaar, het opgeven van de Brexit en gewoon lid blijven van de Europese Unie na een referendum of vervroegde algemene verkiezingen. Wat ook de uitkomst zal zijn: nooit zal iedereen gelukkig zijn met wat er gebeurt. Wat trouwens ook wel eens vergeten wordt: als de scheiding er eenmaal is moet er ook nog lang (een paar jaar) onderhandeld worden over hoe de toekomstige relatie op verschillende vlakken – handel, economie, sociale zekerheid, veiligheid, communicatie, cultuur – er zal uitzien. Het is na het einde van volgende week nog niet gedaan. In feite moet het nog beginnen.

Terwijl in Londen het beste politieke theaterstuk wordt opgevoerd – het is nog steeds bezig als ik dit aan het schrijven ben – deed op het rustige (of is dat maar een idee) platteland de lente zijn intrede. Daar wellicht morgen meer over want dan begint de lente ook volgens de kalender. Ik ben al een paar maanden aan het lezen in ‘The Making of the British Landscape’ van Nicholas Crane (het gaat niet echt snel vooruit). De periode 1520-1620 is net achter de kiezen. Het was het ogenblik dat het Britse landschap de vorm kreeg zoals het er op een aantal plaatsen nu nog uitziet. Voor die tijd is heel veel van wat het landschap vorm heeft gegeven verdwenen op een aantal zaken na. Een zinnetje in het hoofdstuk kenmerkt haast het hele boek: ‘Britain’s narrative is written in the landscape, if you know were to look’. Het verhaal van Groot-Brittannië is te lezen in het landschap als je weet waar je moet kijken. Ogen nog meer open dus vanaf nu…