Eind augustus 2018. Een huizenjacht in Engeland eindigt in de huur van een ‘terraced house’, een woonst in de rij, aan de rand van Market Overton in het graafschap Rutland, een dorp waar pakweg 400 mensen wonen. Het huis staat in een reeks uit het begin van de 20ste eeuw, opgetrokken voor arbeiders die in de vlakbij gelegen ijzerertsgroeve werkten. Market Overton is een typisch Engels plattelandsdorp. Centraal ligt de ‘village green’, een fraai grasveld met een eeuwenoude eik, een robuuste zitbank en een hoge staander getooid met een sierlijk gekleurd wapenschild van het dorp. Daarrond en erlangs morsig verspreid uit zandsteen en ijzersteen opgetrokken huizen, sommigen nog met een rieten dak, een zogenaamd ‘thatched house’. Ook statige huizen, de ‘manors’ vinden er hun plaats.

In de traditionele rode telefooncel hangt heel uitzonderlijk nog een echte telefoon. Is er één, dan werkt ie ook. Nu huist er meestal een defibrillator. Soms is de schaarse ruimte ingericht als een mini-bibliotheek voor zwerfboeken. De ‘village shop’, de dorps- en krantenwinkel, is dé sociale ‘hub’ bij uitstek, hier in Market Overton in leven gehouden door een grote groep vrijwilligers. Op de hoek pronkt de ‘pub’ – The Black Bull Inn – en even verder staat voor de Anglicaanse gelovigen de middeleeuwse kerk met Angelsaksische restanten. Een dorp is altijd netjes afgelijnd in het landschap, ook al plantten vanaf de jaren 1960 bouwmaatschappijen huizenreeksen neer – van sociale woningen tot vijf-slaapkamervilla’s – meestal zonder rekening te houden met het dorpskarakter. Anno 2020 bouwen de huizenmaatschappijen nog steeds ijverig verder… Eén troost: Vlaamse lintbebouwing is onbestaande en op enkele minuten lopen strekt een golvend landschap zich voor me uit. Al snel ken ik alle openbare wandelpaden van en naar het dorp. Het zijn er zes. Een overvloed…

Oktober 2018. Een mens is een gewoontedier. Bijna elke ochtend stap ik mee in de wagen als De Liefde richting werk rijdt. Het volgende dorp ga ik er al uit en loop dan weer naar huis. De Liefde koerst dan nog enkele dorpen verder tot hij, te velde, zijn bestemming bereikt. Geen verkeerslichten, geen drukte, geen files… Wel fazanten die met onberekenbare schichtige drafjes de weg over schieten. Of gebiologeerd in het midden van het asfalt blijven staan…

Volgens De Liefde is zo’n steeds herhalende wandeling een goede zenoefening. “Na een tijdje”, zegt hij, “ben je niet meer bezig met te denken waar je moet stappen en ga je op andere, kleinere dingen letten, of gewoon aan niets denken.” De pakweg vijf kilometer die ik dagelijks terug naar huis struin, nemen steeds meer tijd. De stam van een dikke esdoorn op een landgoed is al snel mijn eerste zitplaats. Ik kijk er naar het licht in de zomer, de opgaande zon in de herfst en de lente, en de ontluikende ochtend in de winter. Langs velden met koolzaad en wintertarwe zie ik in de verte mijn dagelijkse eindbestemming.

Onderweg ontmoet ik nauwelijks mensen. Er komt ook een tweede vaste halte bij, een oud houten bankje waarin de naam Thomas staat gekerfd. Ik kan het met veel moeite ontcijferen. Tot mijn grote verbazing, stopt er op een ochtend een wagen met een ouder koppel. Ze komen een kijkje nemen langs de akkers die ze jaren hebben bewerkt. Het bankje, of beter hún bankje, was één van hun favoriete plaatsen. Thomas is de naam van het laatste paard waar de vrouw vroeger op reed. Ik zie George en Audrey nog een paar keer en steeds volgen fijne conversaties.

Het laatste rechte stuk naar het dorp is een licht kronkelende onverharde landweg die toegang geeft tot een aantal landbouwpercelen. Daar valt mijn oog op een trieste boom, met als achtergrond een glooiende vallei waar je heel ver kan kijken. De boom is de laatste overlevende van een plaats waar een heg heeft gestaan. Ik vrees dat de boom ook op sterven na dood is, geveld door de gevreesde ‘ash dieback’, de essenziekte. Telkens ik hier wandel, fotografeer ik vanop dezelfde plaats – ik stampte er een steen in de grond – de boom, als een symbool van eenzaamheid. Het is een statisch overhangend sculpturaal beeld in een immer door weer en wind veranderend landschap, en spel van licht. “Het is je plaatselijk einde van de wereld”, zegt De Liefde, als ik hem vertel over de boom. In mei 2019, een half jaar na het begin van de fotoreeks, is de es als bij wonder getooid in een sappig groen, met jonge blaadjes. De boom leeft dus nog. Er is nog hoop…

De onverharde landweg is voor de dorpsbewoners een plaats om te komen wandelen met hun hond of honden. Ze zien me vaak wandelen en na een poos vragen ze me waarom ik geen hond heb, want ik wandel elke dag. Voor de dorpsbewoners is zo’n viervoeter een excuus of een noodzaak om te gaan wandelen. De eerste twee keer weet ik niet meteen wat antwoorden. Maar als ik begin te zeggen dat ik op stap ben met een denkbeeldige hond, kijken ze me bevreemdend aan. “Kijk, daar loopt hij”, zeg ik wijzend naar het veld, waar geen hond te zien. “Ik kom uit België”, verduidelijk ik met een brede glimlach, “het land van Magritte, het surrealisme en het imaginaire.” Britten houden wel van dat soort grappen…


Wil je meer weten over de geschiedenis van het Engelse dorp, dan het boek The Village News van Tom Fort een aanrader.

Bekijk hier de reeks foto’s van de solitaire es. De hele aflevering beluisteren? Klik hieronder…