Zaterdag 6 april 2019 | 19.30 uur. Aan de terminal van de Eurostar in Brussel is het aanschuiven. Nog vijftien minuten en dan sluit het personeel het aanmelden af. Er is geen reden om me te haasten. Toch is het altijd een zenuwachtig gedoe. Eerst het ticket inscannen, dan de veiligheidscontrole, vervolgens de Belgische douane en dan de Britse paspoortcontrole. Sommige mensen kennen de werkwijze perfect. Voor anderen is het nieuw of blijft het een onwennige heisa. Ik raak er aan de praat met een Brit, die al jaren in Duitsland woont. Hij is vrachtwagenchauffeur en rijdt zowat om de twee dagen van het vasteland naar Engeland en terug. Nu neemt hij de trein. Zijn moeder is overleden. Maandag is de begrafenis. Hij vertelt het zonder veel emotie. “Dat komt maandag wel”, weet hij te zeggen. “Het was met mijn vader net zo. Stoere houding tot ik aan de kist stond en die zag verdwijnen in de grond. Met mijn moeder zal het net zo zijn.” Ik condoleer hem en spreek hem moed in. “Mijn moeder is 87 geworden. Dat is wel goed zo…”. Ik maak uit zijn uitleg uit dat ze ook zwaar dementerend was. “Het is maar beter zo”, concludeert hij zuchtend.

Hij informeert of ik met vakantie ga. “Neen”, zeg ik, “ik ga naar huis.” Ik pauzeer even en voeg er dan aan toe: “Tot ze de grenzen sluiten.” Aan zijn reactie is duidelijk te merken dat hij niet over ‘het’ wil praten. Dat hoeft ook niet… Ik wens hem een aangename reis en veel sterkte maandag. Terwijl ik een plaatsje zoek om nog even te werken (jawel) denk ik na over het woord “thuis”. Blijkbaar kijken mensen me raar aan als ik zeg dat thuis Engeland is. Want zo voelt het ook. De bewoners van het dorp waar ik met De Liefde sinds eind september van vorig jaar woon, kijken me verwonderd aan dat ik met ‘home’ Engeland bedoel en niet België (of Nederland waar ik tot aan de verhuizing naar het Britse eiland vertoefde). Het lijkt als of ze denken dat ik mijn ‘roots’ verloochen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Ik ben nooit zo honkvast geweest. Misschien vanaf nu wel. Wie weet… En als ik de afgelopen dagen met voormalige dorpsgenoten in Aardenburg zeg dat Engeland mijn thuis is, dan krijg je een blik die zegt: “Jij woont toch hier…”

West-Zeeuws-Vlaanderen tot eind september vorig jaar en Engeland sinds dan, zijn niet de enige plaatsen waar ik me in mijn leven thuis heb gevoeld. Is het overdreven om te zeggen dat ik me zelfs thuis voel op een plek waar ik enkele dagen met vakantie ben? Ik vind van niet, want het voelt zo. Zo verbleef ik vanaf pakweg 2005 tien jaar lang regelmatig bij vrienden in het zuidwesten van Frankrijk. Ook dat voelde aan als thuis, vanaf het ogenblik dat ik in Agen de TGV uitstapte en daar werd opgehaald door Dree of Greet, die daar ook thuis zijn omdat ze er al bijna 20 jaar wonen. Zo gek is dat toch niet. Lang heb ik toen met het idee gespeeld om naar de Lot-et-Garonne te trekken, voorgoed. Richting zuiden dus. Dat vonden Dree en Greet een prima idee. Maar toen ik van Zeebrugge naar Heist verhuisde, wisten ze te vertellen dat ik de verkeerde richting had genomen: aar het Noorden. En toen ik een huisje in Aardenburg kocht – voor het eerst in mijn leven als huiseigenares – benadrukten ze nogmaals dat dat opnieuw noordwaarts was. Door De Liefde te leren kennen verdween de Franse thuis uit beeld. En ja, nu woon ik nog meer Up North. Dree en Greet zullen het me wel vergeven…