Woensdag 17 april 2019 | 20 uur. Het enige geluid in huis is het tikken van de klok in de keuken en het getokkel van vingers op het toetsenbord van de laptop. Het is rustig in huis. De Liefde is met de jongste zoon voor een korte vakantie naar het Lake District. Up North dus. Ik blijf achter, en dat heeft twee redenen. Papa-zoon-alleen-vakanties zijn belangrijk. En ik verdrink zowat in het organiseren van een aantal evenementen vanop afstand als een volleerd ‘digital nomad’ en enkele opdrachten in de regio. Een mens heeft altijd meer tijd nodig dan ie denkt. Als het plegen van een dagelijks stukje én zelfs een dagelijkse wandeling erbij inschiet dan betekent dat onrust. Geen nood, ik leef nog hoor!

De afgelopen dagen waren dus hectisch en ook de volgende dagen zullen dat zijn. Twee keer in evenveel weken van het Engelse platteland naar de Zeeuws-Vlaamse polders, dat kruipt niet in de kleren. En ook het paasweekend kondigt zich aan als een over-en-weer-tocht van het eiland naar het continent, én terug. Toegegeven, niet elke dag is de wandeling erbij ingeschoten. Gisteren kreeg ik van De Liefde, die ’s morgens richting Londen reed om in een verre voorstad de trein te nemen en in het hartje van de Britse hoofdstad zijn jongste zoonlief op te halen, een rit naar een plek in de buurt waar ik nog nooit een wandeling was begonnen. De plaats stond al langer met stip genoteerd. Niet ver van de richtingaanwijzer “Public Footpath” stopte De Liefde even en enkele seconden nadien stapte ik door een heg de weide in, voor een klassieke wandeltocht dwars door velden heen.

Onderweg kwam een rode wouw met grote vleugelslagen aanzetten om zich op een kale tak van een moeizaam herstellende es te zetten en met enkele rake pikken een prooi naar binnen te werken. Een waterige, traag klimmende ochtendzon vergezelde me op mijn tocht. Voorbij Thistleton, een buurdorp, verliet ik de gangbare wegen en ging langs een hek heen tot aan het begon van een oude en verlaten steengroeve, die als een ellenlang litteken door het landschap loopt. In ongeveer de helft van de pakweg een kilometer lange groeve stond water. Meteen dacht ik aan Roger Deakin een Engelse auteur, een tiental jaar geleden overleden, die een boek schreef over “wildwaterzwemmen”. Deakin zou hier niet geaarzeld hebben zijn thermisch pak aan te trekken en op zwemavontuur te trekken. Ik kon me bedwingen niet over de prikkeldraad te klauteren. Aan het eind van de steengroeve liep ik langs een breed spoor van een tractor door een al flink opgeschoten stuk land met wintertarwe. Het is nog droog op het land. De grond vertoont al kleine barsten. De landbouwers lieten gisteren op de radio van zich horen, bedelend voor regen.

Vandaag zorgden een paar kleinere bezigheden voor wat rust in mijn hoofd tussen het drukke gedoe door. Aangestoken door een man die bijna de hele dag op zijn tractor het gras maaide van het achtergelegen cricketveld, maaide ik het gras. En ik poetste de vondsten van enkele weken geleden tijdens een van de archeologische zoektochten van de regionale historisch kring. Echt spectaculaire vondsten zitten er niet tussen. Volgende dinsdag bekijken we met de groep al het opgeraapt materiaal van een landbouwperceel dat op een heuvelrug ligt, vlakbij het dorpje Ridlington in het graafschap Rutland, waar ik vertoef. En vanmorgen puzzelde ik nog een eerste versie ineen van een tijdslijn voor een project van de Woodland Trust. Andere werkzaken veroorzaken hoofdpijn. Ach… vooruit met de geit!

Please follow and like:
error