Zaterdag 30 maart 2019 | 13 uur. Het is druk op het terras van The Fox & Hounds Inn in Starbotton, een dorpje in de lentegroene vallei van de meanderende River Wharfe in de Yorkshire Dales. De tien tafels die buiten staan, zijn allemaal bevolkt door wandelaars. Een gezin dat op zijn ‘s zondags gekleed is, geeft de voorkeur om binnen te gaan zitten, waar het brandende open haardvuur knettert, maar er nauwelijks gasten zitten. Op het terras zit een amalgaam van mensen, jong en oud. En aan de taal te horen komen ze allemaal uit Engeland, behalve De Liefde en ik. Het verbaast ons nog steeds dat bij de minste zonnestralen de doorsnee Engelse man of vrouw verkiest voor een plaatsje in de zon, zelfs een maand of twee geleden al in het midden van de winter.

Op het terras bekomen we van twee beklimmingen en afdalingen. Drie uur eerder waren we na een Engels ontbijt – weliswaar de vegetarische versie, dus zonder spek en worstjes, maar met een extra eitje en champignons – vertrokken vanuit Kettlewell, waar we de avond voordien laat aankwamen, onder een met sterren gevulde hemel en onze tent op het zachte vers afgereden gras plaatsten. Bij de start van de wandeling zat de zon nog verborgen achter een grijze massa van wolken en mist, maar het was droog en het weer liet het toe om aan een uitdagende wandeling te beginnen. Vanuit Kettlewell, dat op 200 meter boven de zeespiegel ligt, liep het openbare voetpad steil naar boven, eerst door de mooi begraasde winterweiden, afgeboord met de typische muurtjes van gestapelde stenen, de zogenaamde ‘dry stone walls’. Op elk perceel  staat een oude stenen stal, waarvan er niet veel meer nog echt in gebruik zijn. Dan volgde een muur van bijna verticale rotsen, waar we door een uitgehouwen spelonk klommen om de nog steeds behoorlijk steile grasvelden te bereiken. De percelen zijn er groter en herbergen ruigere grasvelden. Telkens we het idee hadden aan de top van de heuvel te komen, ging de volgende weide nog steeds omhoog en werd het landschap ook ruwer. Op de top van de heuvelrug, 550 meter boven de zeespiegel. Daar genoten we van een spectaculair zicht op aan de ene zijde Kettlewell en aan de andere zijde Arncliffe in de vallei van de River Skirfare. De oostzijde van die Skirfarevallei is zompiger met veel stukken heide. Een paar korhoeders, met aan de poten nog wat witte pluimen van hun winterkleed, maar voor het overige al bruine veren en een vuurrode kam, bleven verrassend genoeg zitten, ook al stonden we er op een twintigtal meter vandaan. Normaal vliegen deze vogels met een alarmerende kreet zeer snel op.

Arncliffe is een dorpje met een vijftigtal stenen huizen, gelegen rond een groot grasveld, de ‘green’, doormidden gesneden door één hoofdstraat. De uitbater van het theehuis in Kettlewell waar we hadden ontbeten, raadde ons aan zeker daar in The Falcon Inn te pauzeren voor een kop koffie, maar de pub was nog gesloten. We loerden binnen en zoals aangegeven was ook daar de tijd stil blijven staan. Om Starbotton, stroomopwaarts van Kettlewell te bereiken moesten we opnieuw van de ene naar de andere vallei over de heuvel. De klim leek minder spectaculair, maar daarom niet minder mooi. Net over de heuvelrug was de typische structuur van een vallei van de Yorkshire Dales goed te zien. Dorpjes in een brede vallei met een meanderende, soms snelstromende rivier. Tussen de woonkernen liggen kleinere weidepercelen afgeboord door meestal goed onderhouden ‘dry stone walls’, in de bedding van de vallei die na laatste IJstijd, ongeveer 12.000 jaar geleden, door een gletsjer zorgvuldig is uitgesleten. De steilere rotsen die ook prominent aanwezig zijn ontstonden 270 tot 350 miljoen jaar geleden. Tegen of bovenop die rotsen liggen de ruigere weilanden en de drassige heidegebieden (‘moors’).

Ook het laatste deel van de afdeling naar Starbotton kon ons bekoren. Een rotsachtige wandelweg liep door een bos waarvan de meeste bomen tot tegen de grond waren geknot en zo elk met tientallen scheuten opnieuw tot heuse bomen waren uitgegroeid. Vroeger werden die scheuten gebruikt voor het vlechten van manden en het maken van tijdelijke houten afsluitingen. Net voor we Starbotton bereikten liepen we langs oude eiken en tussen twee muurtjes van met mos begroeide droge stenen muren. Na de pauze in de pub van Starbotton volgden we langs de rivier de Dales Way die over een afstand van 130 kilometer schuin van het zuidoosten naar het noordwesten door de Yorkshire Dales loopt. De naam Dales is trouwens afgeleid van ‘dale’ de Noorse naam voor vallei. Het gebied is sinds 1954 erkend als nationaal park in en maakt deel uit van de Pennines in het noorden van Engeland.